uitkijken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
uitkijken
Uitspraak: /ˈœytˌkɛi.kə(n)/
Voorbeeld
Kijk uit voor de auto!
Vervoeging
| ik | kijk uit |
| jij | kijkt uit |
| hij | kijkt uit |
| wij | uitkijken |
| jullie | uitkijken |
| zij | uitkijken |
Verleden tijd
keek uit / keken uit
Voltooid deelwoord
hebbenuitgekeken
Gebiedende wijs
kijk uit
Voorwaardelijke wijs
zou uitkijken
Toekomende tijd
zal uitkijken
Scheidbaar werkwoord