uitlenen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to lend out
Uitspraak: /ˈœytˌleːnə(n)/
Voorbeeld
Ik wil mijn boek aan je uitlenen.
Vervoeging
| ik | leen uit |
| jij | leent uit |
| hij | leent uit |
| wij | uitlenen |
| jullie | uitlenen |
| zij | uitlenen |
Verleden tijd
lende / lenden
Voltooid deelwoord
hebbengeuitlend
Gebiedende wijs
len
Voorwaardelijke wijs
zou uitlenen
Toekomende tijd
zal uitlenen
Scheidbaar werkwoord