uitlopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
run out
Uitspraak: /ˈœytˌloːpə(n)/
Voorbeeld
De vergadering liep uit en duurde langer dan gepland.
Vervoeging
| ik | loop uit |
| jij | loopt uit |
| hij | loopt uit |
| wij | uitlopen |
| jullie | uitlopen |
| zij | uitlopen |
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengeuitlopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou uitlopen
Toekomende tijd
zal uitlopen
Scheidbaar werkwoord