uitpakken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
unpack
Uitspraak: /ˈœytˌpɑkə(n)/
Voorbeeld
Ik ga de cadeaus uitpakken na het feest.
Vervoeging
ikpak uit
jijpakt uit
hijpakt uit
wijuitpakken
jullieuitpakken
zijuitpakken
Verleden tijd
pakkte / pakkten
Voltooid deelwoord
hebbengeuitpakkt
Gebiedende wijs
pakk
Voorwaardelijke wijs
zou uitpakken
Toekomende tijd
zal uitpakken
Scheidbaar werkwoord