uitwerken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
elaborate
Uitspraak: /ˈœytˌʋɛrkə(n)/
Voorbeeld
Ze moet het plan verder uitwerken.
Vervoeging
| ik | werk uit |
| jij | werkt uit |
| hij | werkt uit |
| wij | uitwerken |
| jullie | uitwerken |
| zij | uitwerken |
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengeuitwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou uitwerken
Toekomende tijd
zal uitwerken
Scheidbaar werkwoord