uitzien

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
uitkijken naar
Uitspraak: /ˈœy̯t.ziːn/
Voorbeeld
Hij ziet er vandaag goed uit.
Vervoeging
ikzie uit
jijziet uit
hijziet uit
wijzien uit
julliezien uit
zijzien uit
Verleden tijd
zag uit / zagen uit
Voltooid deelwoord
hebbenuitgezien
Gebiedende wijs
zie uit
Voorwaardelijke wijs
zou uitzien
Toekomende tijd
zal uitzien
Scheidbaar werkwoord