uniform

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
uniform
Uitspraak: /ˈyː.ni.fɔrm/
Voorbeeld
De soldaat droeg een strak uniform.
Meervoud
uniformen
Verkleinwoord
uniformpje
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
uniform
Uitspraak: /ˈynifɔrm/
Voorbeeld
De kleur van de muren is uniform.