vallen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
vallen
Uitspraak: /ˈvɑ.lə(n)/
Voorbeeld
Pas op dat je niet valt.
Vervoeging
| ik | val |
| jij | valt |
| hij | valt |
| wij | vallen |
| jullie | vallen |
| zij | vallen |
Verleden tijd
viel / vielen
Voltooid deelwoord
zijngevallen
Gebiedende wijs
val
Voorwaardelijke wijs
zou vallen
Toekomende tijd
zal vallen