vangen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
vangen
Uitspraak: /ˈvɑŋə(n)/
Voorbeeld
De kat probeert de muis te vangen.
Vervoeging
| ik | vang |
| jij | vangt |
| hij | vangt |
| wij | vangen |
| jullie | vangen |
| zij | vangen |
Verleden tijd
ving / vingen
Voltooid deelwoord
hebbengevangen
Gebiedende wijs
vang
Voorwaardelijke wijs
zou vangen
Toekomende tijd
zal vangen