vastlopen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to get stuck
Uitspraak: /ˈvɑstˌloːpə(n)/
Voorbeeld
De computer is weer vastgelopen.
Vervoeging
ikloop vast
jijloopt vast
hijloopt vast
wijlopen vast
jullielopen vast
zijlopen vast
Verleden tijd
vastlopte / vastlopten
Voltooid deelwoord
hebbengevastlopt
Gebiedende wijs
vastlop
Voorwaardelijke wijs
zou vastlopen
Toekomende tijd
zal vastlopen
Scheidbaar werkwoord