verbazen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verbazen
Uitspraak: /vərˈbaː.zə(n)/
Voorbeeld
Het verbaast me dat hij dat niet wist.
Vervoeging
ikverbaas
jijverbaast
hijverbaast
wijverbazen
jullieverbazen
zijverbazen
Verleden tijd
verbaasde / verbaasden
Voltooid deelwoord
hebbenverbaasd
Gebiedende wijs
verbaas
Voorwaardelijke wijs
zou verbazen
Toekomende tijd
zal verbazen