verenigen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
verenigen
Uitspraak: /vəˈreːnəɣə(n)/
Voorbeeld
De organisatie wil de gemeenschappen verenigen.
Vervoeging
| ik | verenig |
| jij | verenigt |
| hij | verenigt |
| wij | verenigen |
| jullie | verenigen |
| zij | verenigen |
Verleden tijd
verenigde / verenigden
Voltooid deelwoord
hebbenverenigd
Gebiedende wijs
verenig
Voorwaardelijke wijs
zou verenigen
Toekomende tijd
zal verenigen