vergelijken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
vergelijken
Uitspraak: /vərˈɣɛi̯.kə(n)/
Voorbeeld
Je moet de prijzen vergelijken voordat je koopt.
Vervoeging
ikvergelijk
jijvergelijk
hijvergelijk
wijvergelijken
jullievergelijken
zijvergelijken
Verleden tijd
vergeleek / vergeleken
Voltooid deelwoord
hebbenvergeleken
Gebiedende wijs
vergelijk
Voorwaardelijke wijs
zou vergelijken
Toekomende tijd
zal vergelijken