vergeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
vergeven
Uitspraak: /vərˈɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Het is belangrijk om anderen te vergeven.
Vervoeging
ikvergeef
jijvergeeft
hijvergeeft
wijvergeven
jullievergeven
zijvergeven
Verleden tijd
vergaf / vergaven
Voltooid deelwoord
hebbenvergeven
Gebiedende wijs
vergeef
Voorwaardelijke wijs
zou vergeven
Toekomende tijd
zal vergeven
bijvoeglijk naamwoordb1
Vertaling
vergeven
Uitspraak: /vərˈɣeːvən/
Voorbeeld
Hij is vergeven voor zijn fouten.