vergissen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
zich vergissen
Uitspraak: /vərˈɣɪsən/
Voorbeeld
Je kunt je vergissen in de tijd.
Vervoeging
ikvergis
jijvergist
hijvergist
wijvergissen
jullievergissen
zijvergissen
Verleden tijd
vergiste / vergisten
Voltooid deelwoord
hebbenvergist
Gebiedende wijs
vergis
Voorwaardelijke wijs
zou vergissen
Toekomende tijd
zal vergissen
Wederkerend werkwoord