vergoeden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
reimburse
Uitspraak: /vərˈɣudə(n)/
Voorbeeld
De verzekering zal de schade vergoeden.
Vervoeging
ikvergoed
jijvergoedt
hijvergoedt
wijvergoeden
jullievergoeden
zijvergoeden
Verleden tijd
vergoedde / vergoedden
Voltooid deelwoord
hebbengevergoedd
Gebiedende wijs
vergoed
Voorwaardelijke wijs
zou vergoeden
Toekomende tijd
zal vergoeden