verhuizen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
verhuizen
Uitspraak: /vərˈɦœy̯.zə(n)/
Voorbeeld
We gaan volgende maand verhuizen.
Vervoeging
ikverhuis
jijverhuist
hijverhuist
wijverhuizen
jullieverhuizen
zijverhuizen
Verleden tijd
verhuisde / verhuisden
Voltooid deelwoord
zijnverhuisd
Gebiedende wijs
verhuis
Voorwaardelijke wijs
zou verhuizen
Toekomende tijd
zal verhuizen