verkopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
verkopen
Uitspraak: /vərˈkoːpə(n)/
Voorbeeld
Ze willen hun huis verkopen.
Vervoeging
| ik | verkoop |
| jij | verkoopt |
| hij | verkoopt |
| wij | verkopen |
| jullie | verkopen |
| zij | verkopen |
Verleden tijd
verkocht / verkochten
Voltooid deelwoord
hebbenverkocht
Gebiedende wijs
verkoop
Voorwaardelijke wijs
zou verkopen
Toekomende tijd
zal verkopen