verlangen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verlangen
Uitspraak: /vərˈlɑŋə(n)/
Voorbeeld
Ik verlang naar de zomer.
Vervoeging
ikverlang
jijverlangt
hijverlangt
wijverlangen
jullieverlangen
zijverlangen
Verleden tijd
verlangde / verlangden
Voltooid deelwoord
hebbenverlangd
Gebiedende wijs
verlang
Voorwaardelijke wijs
zou verlangen
Toekomende tijd
zal verlangen
zelfstandig naamwoordb1
Vertaling
verlangen
Uitspraak: /vərˈlɑŋə(n)/
Voorbeeld
Zijn verlangen naar avontuur was groot.