verlaten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
verlaten
Uitspraak: /vərˈlaː.tə(n)/
Voorbeeld
Hij verlaat het huis om acht uur.
Vervoeging
| ik | verlaat |
| jij | verlaat |
| hij | verlaat |
| wij | verlaten |
| jullie | verlaten |
| zij | verlaten |
Verleden tijd
verliet / verlieten
Voltooid deelwoord
hebbenverlaten
Gebiedende wijs
verlaat
Voorwaardelijke wijs
zou verlaten
Toekomende tijd
zal verlaten
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
verlaten
Uitspraak: /vərˈlaːtən/
Voorbeeld
Het verlaten huis stond er al jaren.