verleden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
verleden
Uitspraak: /vərˈleːdə(n)/
Voorbeeld
Het verleden kan niet worden veranderd.
Meervoud
verledens
Verkleinwoord
verledentje
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
verleden
Uitspraak: /vərˈleːdən/
Voorbeeld
Het verleden jaar was moeilijk.