verloven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to get engaged
Uitspraak: /vɛrˈloːvə(n)/
Voorbeeld
Ze hebben besloten om zich te verloven.
Vervoeging
ikverloof
jijverlooft
hijverlooft
wijverloven
jullieverloven
zijverloven
Verleden tijd
verlovde / verlovden
Voltooid deelwoord
hebbengeverlovd
Gebiedende wijs
verlov
Voorwaardelijke wijs
zou verloven
Toekomende tijd
zal verloven