veroorzaken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
veroorzaken
Uitspraak: /vərˈoːrzɑkə(n)/
Voorbeeld
Roken kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.
Vervoeging
ikveroorzaak
jijveroorzaakt
hijveroorzaakt
wijveroorzaken
jullieveroorzaken
zijveroorzaken
Verleden tijd
veroorzaakte / veroorzaakten
Voltooid deelwoord
hebbenveroorzaakt
Gebiedende wijs
veroorzaak
Voorwaardelijke wijs
zou veroorzaken
Toekomende tijd
zal veroorzaken