versieren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to decorate
Uitspraak: /vərˈsiːrə(n)/
Voorbeeld
We gaan de kamer versieren voor het feest.
Vervoeging
ikversier
jijversiert
hijversiert
wijversieren
jullieversieren
zijversieren
Verleden tijd
versierde / versierden
Voltooid deelwoord
hebbengeversierd
Gebiedende wijs
versier
Voorwaardelijke wijs
zou versieren
Toekomende tijd
zal versieren