verslaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
verslaan
Uitspraak: /vərˈslaːn/
Voorbeeld
Ons team heeft de tegenstander verslagen.
Vervoeging
| ik | versla |
| jij | verslaat |
| hij | verslaat |
| wij | verslaan |
| jullie | verslaan |
| zij | verslaan |
Verleden tijd
versloeg / versloegen
Voltooid deelwoord
hebbenverslagen
Gebiedende wijs
versla
Voorwaardelijke wijs
zou verslaan
Toekomende tijd
zal verslaan