versnellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to speed up
Uitspraak: /vərˈsnɛlən/
Voorbeeld
We moeten het proces versnellen om op tijd klaar te zijn.
Vervoeging
ikversnel
jijversnelt
hijversnelt
wijversnellen
jullieversnellen
zijversnellen
Verleden tijd
versnellde / versnellden
Voltooid deelwoord
hebbengeversnelld
Gebiedende wijs
versnell
Voorwaardelijke wijs
zou versnellen
Toekomende tijd
zal versnellen