verspreiden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
verspreiden
Uitspraak: /vɛrˈsprɛi.də(n)/
Voorbeeld
Het virus kan zich snel verspreiden.
Vervoeging
| ik | verspreid |
| jij | verspreidt |
| hij | verspreidt |
| wij | verspreiden |
| jullie | verspreiden |
| zij | verspreiden |
Verleden tijd
verspreidde / verspreidden
Voltooid deelwoord
hebbenverspreid
Gebiedende wijs
verspreid
Voorwaardelijke wijs
zou verspreiden
Toekomende tijd
zal verspreiden