vertrekken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to leave
Uitspraak: /vərˈtrɛkə(n)/
Voorbeeld
De trein vertrekt om acht uur.
Vervoeging
ikvertrek
jijvertrekt
hijvertrekt
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken
Verleden tijd
vertrok / vertrokken
Voltooid deelwoord
zijnvertrokken
Gebiedende wijs
vertrekk
Voorwaardelijke wijs
zou vertrekken
Toekomende tijd
zal vertrekken