verwarren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verwarren
Uitspraak: /vərˈʋɑrə(n)/
Voorbeeld
Je moet de twee broers niet verwarren.
Vervoeging
ikverwar
jijverwarrt
hijverwarrt
wijverwarren
jullieverwarren
zijverwarren
Verleden tijd
verwarde / verwarden
Voltooid deelwoord
hebbenverward
Gebiedende wijs
verwar
Voorwaardelijke wijs
zou verwarren
Toekomende tijd
zal verwarren