verwoesten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to destroy
Uitspraak: /vərˈʋuːstə(n)/
Voorbeeld
De storm heeft het dorp verwoest.
Vervoeging
| ik | verwoest |
| jij | verwoest |
| hij | verwoest |
| wij | verwoesten |
| jullie | verwoesten |
| zij | verwoesten |
Verleden tijd
verwoestte / verwoestten
Voltooid deelwoord
hebbengeverwoestt
Gebiedende wijs
verwoest
Voorwaardelijke wijs
zou verwoesten
Toekomende tijd
zal verwoesten