verzekeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verzekeren
Uitspraak: /vərˈzeː.kə.rə(n)/
Voorbeeld
Je moet je auto verzekeren.
Vervoeging
ikverzeker
jijverzekert
hijverzekert
wijverzekeren
jullieverzekeren
zijverzekeren
Verleden tijd
verzekerde / verzekerden
Voltooid deelwoord
hebbenverzekerd
Gebiedende wijs
verzeker
Voorwaardelijke wijs
zou verzekeren
Toekomende tijd
zal verzekeren