vieren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
vieren
Uitspraak: /ˈviːrə(n)/
Voorbeeld
We gaan zijn verjaardag groots vieren.
Vervoeging
ikvier
jijviert
hijviert
wijvieren
jullievieren
zijvieren
Verleden tijd
vierde / vierden
Voltooid deelwoord
hebbengevierd
Gebiedende wijs
vier
Voorwaardelijke wijs
zou vieren
Toekomende tijd
zal vieren