vinden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
vinden
Uitspraak: /ˈvɪn.də(n)/
Voorbeeld
Kun je mijn sleutels vinden?
Vervoeging
ikvind
jijvindt
hijvindt
wijvinden
jullievinden
zijvinden
Verleden tijd
vond / vonden
Voltooid deelwoord
hebbengevonden
Gebiedende wijs
vind
Voorwaardelijke wijs
zou vinden
Toekomende tijd
zal vinden