vlak
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
vlak
Uitspraak: /vlɑk/
Voorbeeld
Het vlak is perfect glad.
Meervoud
vlakken
Verkleinwoord
vlakje
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
vlak
Uitspraak: /vlɑk/
Voorbeeld
Het landschap is hier erg vlak.
bijwoordb1
Vertaling
vlak
Uitspraak: /vlɑk/
Voorbeeld
Hij kwam vlak na het eten binnen.