vluchten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
ontsnappen
Uitspraak: /ˈvlʏxtə(n)/
Voorbeeld
Ze moesten vluchten voor de storm.
Vervoeging
ikvlucht
jijvlucht
hijvlucht
wijvluchten
jullievluchten
zijvluchten
Verleden tijd
vluchtte / vluchtten
Voltooid deelwoord
hebbengevlucht
Gebiedende wijs
vlucht
Voorwaardelijke wijs
zou vluchten
Toekomende tijd
zal vluchten
zelfstandig naamwoorda2
Vertaling
ontsnappen
Uitspraak: /ˈvlʏxtə(n)/
Voorbeeld
De vluchten zijn vertraagd.