voeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
voeren
Uitspraak: /ˈvurə(n)/
Voorbeeld
We moeten de dieren elke dag voeren.
Vervoeging
ikvoer
jijvoert
hijvoert
wijvoeren
jullievoeren
zijvoeren
Verleden tijd
voerde / voerden
Voltooid deelwoord
hebbengevoerd
Gebiedende wijs
voer
Voorwaardelijke wijs
zou voeren
Toekomende tijd
zal voeren