voorhouden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to present
Uitspraak: /ˈvoːrˌɦʌudə(n)/
Voorbeeld
Hij houdt de spiegel voor zodat ik mijn haar kan zien.
Vervoeging
| ik | houd voor |
| jij | houdt voor |
| hij | houdt voor |
| wij | voorhouden |
| jullie | voorhouden |
| zij | voorhouden |
Verleden tijd
houdde / houdden
Voltooid deelwoord
hebbengevoorhoudd
Gebiedende wijs
houd
Voorwaardelijke wijs
zou voorhouden
Toekomende tijd
zal voorhouden
Scheidbaar werkwoord