voortzetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to continue
Uitspraak: /ˈvoːrtˌzɛtə(n)/
Voorbeeld
We willen de traditie voortzetten.
Vervoeging
| ik | voortzet |
| jij | voortzet |
| hij | voortzet |
| wij | voortzetten |
| jullie | voortzetten |
| zij | voortzetten |
Verleden tijd
tzettte / tzettten
Voltooid deelwoord
hebbengevoortzettt
Gebiedende wijs
tzett
Voorwaardelijke wijs
zou voortzetten
Toekomende tijd
zal voortzetten
Scheidbaar werkwoord