vormen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
vormen
Uitspraak: /ˈvɔr.mə(n)/
Voorbeeld
De kinderen vormen een kring.
Vervoeging
ikvorm
jijvormt
hijvormt
wijvormen
jullievormen
zijvormen
Verleden tijd
vormde / vormden
Voltooid deelwoord
hebbengevormd
Gebiedende wijs
vorm
Voorwaardelijke wijs
zou vormen
Toekomende tijd
zal vormen
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
vormen
Uitspraak: /ˈvɔrmən/
Voorbeeld
De vormen van de wolken zijn prachtig.