vragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
vragen
Uitspraak: /ˈfraː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Mag ik je iets vragen?
Vervoeging
ikvraag
jijvraagt
hijvraagt
wijvragen
jullievragen
zijvragen
Verleden tijd
vroeg / vroegen
Voltooid deelwoord
hebbengevraagd
Gebiedende wijs
vraag
Voorwaardelijke wijs
zou vragen
Toekomende tijd
zal vragen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
vragen
Uitspraak: /ˈvraːɣən/
Voorbeeld
De leraar beantwoordde alle vragen.