vrezen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
vrezen
Uitspraak: /ˈvreːzə(n)/
Voorbeeld
Ze vrezen dat het te laat is.
Vervoeging
ikvrees
jijvrees
hijvrees
wijvrezen
jullievrezen
zijvrezen
Verleden tijd
vreesde / vreesden
Voltooid deelwoord
hebbengevreesd
Gebiedende wijs
vrees
Voorwaardelijke wijs
zou vrezen
Toekomende tijd
zal vrezen