vriezen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to freeze
Uitspraak: /ˈvri.zə(n)/
Voorbeeld
Het begint te vriezen in de nacht.
Vervoeging
ikvries
jijvriest
hijvriest
wijvriezen
jullievriezen
zijvriezen
Voltooid deelwoord
hebbengevroren
Gebiedende wijs
vriez
Voorwaardelijke wijs
zou vriezen
Toekomende tijd
zal vriezen