vrij

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
vrij
Uitspraak: /vrɛi̯/
Voorbeeld
Ik ben morgen vrij.
Vergrotende trap
vrijer
Overtreffende trap
vrijst
bijwoorda1
Vertaling
vrij
Uitspraak: /vrɛi̯/
Voorbeeld
Ik ben vrij op zaterdag.