vrijlaten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
vrijlaten
Uitspraak: /ˈvrɛi̯ˌlaːtə(n)/
Voorbeeld
Ze besloten de vogel vrij te laten.
Vervoeging
| ik | laat vrij |
| jij | laat vrij |
| hij | laat vrij |
| wij | laten vrij |
| jullie | laten vrij |
| zij | laten vrij |
Verleden tijd
liet vrij / lieten vrij
Voltooid deelwoord
hebbenvrijgelaten
Gebiedende wijs
laat vrij
Voorwaardelijke wijs
zou vrijlaten
Toekomende tijd
zal vrijlaten
Scheidbaar werkwoord