vullen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
vullen
Uitspraak: /ˈvʏ.lə(n)/
Voorbeeld
Kun je de fles met water vullen?
Vervoeging
| ik | vul |
| jij | vult |
| hij | vult |
| wij | vullen |
| jullie | vullen |
| zij | vullen |
Verleden tijd
vulde / vulden
Voltooid deelwoord
hebbengevuld
Gebiedende wijs
vul
Voorwaardelijke wijs
zou vullen
Toekomende tijd
zal vullen