wanneer
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
voegwoorda1
Vertaling
wanneer
Uitspraak: /ʋɑˈneːr/
Voorbeeld
Wanneer kom je thuis?
bijwoorda1
Vertaling
wanneer
Uitspraak: /ʋɑˈneːr/
Voorbeeld
Wanneer ga je naar huis?