weerleggen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
refute
Uitspraak: /ʋeːrˈlɛɣə(n)/
Voorbeeld
De wetenschapper kon de theorie weerleggen met nieuw bewijs.
Vervoeging
ikweerleg
jijweerlegt
hijweerlegt
wijweerleggen
jullieweerleggen
zijweerleggen
Verleden tijd
weerleggde / weerleggden
Voltooid deelwoord
hebbengeweerleggd
Gebiedende wijs
weerlegg
Voorwaardelijke wijs
zou weerleggen
Toekomende tijd
zal weerleggen
Scheidbaar werkwoord