weerspiegelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to reflect
Uitspraak: /ʋeːrˈspiɣələ(n)/
Voorbeeld
De cijfers weerspiegelen de huidige economische situatie.
Vervoeging
| ik | weerspiegel |
| jij | weerspiegelt |
| hij | weerspiegelt |
| wij | weerspiegelen |
| jullie | weerspiegelen |
| zij | weerspiegelen |
Verleden tijd
weerspiegelde / weerspiegelden
Voltooid deelwoord
hebbengeweerspiegeld
Gebiedende wijs
weerspiegel
Voorwaardelijke wijs
zou weerspiegelen
Toekomende tijd
zal weerspiegelen
Scheidbaar werkwoord