weerstaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to resist
Uitspraak: /ʋeːrˈstaːn/
Voorbeeld
Hij kon de verleiding niet weerstaan.
Vervoeging
ikweerstaan
jijweerstaat
hijweerstaat
wijweerstaan
jullieweerstaan
zijweerstaan
Verleden tijd
weerstaande / weerstaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeweerstaand
Gebiedende wijs
weerstaan
Voorwaardelijke wijs
zou weerstaan
Toekomende tijd
zal weerstaan