wegleggen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to put away
Uitspraak: /ˈʋɛxˌlɛɣə(n)/
Voorbeeld
Kun je het boek even wegleggen?
Vervoeging
ikleg weg
jijlegt weg
hijlegt weg
wijleggen weg
jullieleggen weg
zijleggen weg
Verleden tijd
wegleggde / wegleggden
Voltooid deelwoord
hebbengewegleggd
Gebiedende wijs
weglegg
Voorwaardelijke wijs
zou wegleggen
Toekomende tijd
zal wegleggen
Scheidbaar werkwoord